Genootschap Oud Noordwijk

Museum Noordwijk en Streekmuseum Veldzicht

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home

Vissen vanuit Noordwijk

't is er van Halen', expositie over de Noordwijkse visserij Het is aannemelijk dat de eerste bewoners van Noordwijk vanaf het strand en later met bootjes vis hebben gevangen. De eerste maal dat er van een vissersvloot in Noordwijk wordt gesproken is in een document uit ca 1500. Daarin wordt genoemd dat de vloot uit '6 groote buysen, 14 slabbeschepen en 18 smalschepen' bestond. Een behoorlijk aantal schepen, die vanaf het strand ter visvangst togen.

Uit een kerkrekening blijkt uit 1568 dat 40 vissers een bijdrage aan de kerk leverden. Dit zullen wel stuurlieden (schippers) zijn geweest. Het geeft aan dat nogal wat inwoners van het dorp bij de visserij betrokken waren.
Er is een overzicht van de aangevoerde vis op de markt in Leiden uit 1613 bewaard gebleven. Op 28 april van dat jaar betrof dat 30.000 schelvissen die op 192 wagens en schuitjes vanuit Katwijk en Noordwijk kwamen.
Van oorsprong kwamen de vissers zowel uit Binnen als uit Zee. De inwoners van Binnen zijn zich later meer op landbouw (o.a. kruidenteelt) gaan toeleggen. Wel werkten een aantal van hen op de lijnbanen, waar touw werd geproduceerd. De meeste inwoners van Zee bleven vissers of werkten in de visverwerking.
Het hoogtepunt van de visserij vanaf het strand van Noordwijk lag rond 1890. De vloot bestond toen uit 18 bomschuiten die met de vleet op haring visten met daarnaast nog enkele schepen die met schrobnetten voor de kust actief waren.
Na 1900 liep het aantal schepen geleidelijk terug. De loggers kwamen in zwang, eerst nog met zeilen, later van een motor voorzien. Deze schepen konden niet meer vanaf het strand opereren, zoals de bomschuiten en hadden IJmuiden, Maassluis, Vlaardingen en Scheveningen als thuishaven. De laatste bomschuit vertrok in 1913 vanaf het strand van Noordwijk ter haringvangst.
Slechts enkele reders uit Noordwijk, waaronder Willem van Beelen, kochten loggers en gingen vanuit de genoemde havens varen. In 1929 echter stopten de Van Beelens als laatsten ook het visserijbedrijf. Dit betekende het einde van Noordwijk als vissersplaats.
De visverwerkingsbedrijven, meer speciaal de haringrokerijen, bleven wel in het dorp gevestigd.
Tot na de Tweede Wereldoorlog werd er in een vijftal bedrijven nog gerookt. Slechts een van deze rokerijen is nu nog in bedrijf.
Ook de touwslagers en de mandenmakers oefenen hun bedrijf niet meer in Noordwijk uit. Als laatste sloot in 1950 de familie Passchier in 1950 hun lijnbaan.

Meer informatie is te vinden in het boek Zilver in de netten. Het is aan de balie van het museum te koop.